Stinzenplanten, vrolijke voorjaarsbloeiers

Stinzenplanten, vrolijke voorjaarsbloeiers

17 februari 2023 - Marleen Lekkerkerk

Krokussen, sneeuwklokjes of bosanemonen, ben je ze al tegengekomen? Stinzenplanten bloeien al vroeg in het voorjaar, van eind februari tot in april. Garantie op stinzenplanten heb je op landgoederen, buitenplaatsen, in oude pastorie- en kloostertuinen, bij grote boerderijen en dergelijke. 

Sneeuwklokjes in park Kasteel Oud Poelgeest © Ernst Koningsveld.jpg

Sneeuwklokjes in park Kasteel Oud-Poelgeest © Ernst Koningsveld

Stinzenplanten zorgen voor kleur in het landschap, maar hoe zijn ze hier terechtgekomen? Deze planten zijn van buiten Nederland ingevoerd en daarna verwilderd. Het woord 'stinzenplant' is afkomstig van het Friese woord 'stins', dat 'stenen -' of 'versterkt huis' betekent. Hier werden de woningen van adellijke of welgestelde families mee bedoeld. Later werden stinzenplanten ook buiten Friesland gevonden, zoals in Groningen (bij de 'borgen') of Utrecht. In deze blog vertel ik je iets meer over een paar bekende soorten, maar nog veel meer soorten kun je vinden in deze lijst op Wikipedia. 

1. Sneeuwklokje

Iedereen kent wel het sneeuwklokje, een klein bolgewasje dat in veel tuinen te vinden is. Als de sneeuwklokjes bloeien, dan loopt de winter op zijn eind. Het sneeuwklokje staat dan ook symbool voor hoop, (opnieuw) ontwaken en lenteverwachting. Maar wist je ook dat sneeuwklokjes verwilderen, niet alleen omdat de bolletjes zichzelf vermeerderen, maar ook omdat ze zaden hebben die door mieren verspreid worden? Aan de zaden van het sneeuwklokje, die begin juni rijp zijn, zit een zogenaamd mierenbroodje. Dat is een olierijk aanhangseltje dat mieren lekker vinden. Mieren slepen daarom met de zaden en zo zorgen ze voor de verspreiding. Als een zaadje terecht komt op een plek waar het plantje zich thuis kan voelen, dan groeit daar een nieuw sneeuwklokje.

2. Krokus

Krokussen in park Kasteel Oud-Poelgeest © Ernst Koningsveld

Krokussen in park Kasteel Oud-Poelgeest © Ernst Koningsveld

Er is soms wat verwarring over hoe je de naam van dit bolgewasje moet schrijven. Voor de duidelijkheid: de Nederlandse naam is Krokus, en de wetenschappelijke naam Crocus. De oorsprong van dit plantje ligt in de berggebieden van Midden-Europa. Niet alle krokussen zijn paars (licht of donker); er zijn er ook met witte of gele bloemen, maar de bladeren zijn wel altijd voorzien van een witte streep. Er zijn talloze gekweekte variëteiten. Ze zijn belangrijk voor de eerste bijen en hommels die in het voorjaar ontwaken omdat ze een van de eerste leveranciers van stuifmeel zijn. Naast de krokussen die in het voorjaar bloeien, zijn er ook herfstkrokussen die in de herfst bloeien als je ze in de zomer plant. Verwar deze krokus in de nazomer of herfst niet met de herfsttijloos, ook paars. Het voornaamste verschil is het aantal meeldraden: de herfstbloeiende krokus heeft er drie, de herfsttijloos zes. 

3. Winterakoniet

Winterakoniet in 't Heempark Leiden © Ernst Koningsveld

Winterakonieten in het Heempark Leiden © Ernst Koningsveld

De winterakoniet komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en is na aanplant op buitenplaatsen in ons land verwilderd en behoort nu tot onze natuurlijke wilde flora. Dit is ook een soort die al vroeg in de lente bloeit, soms zelfs al tijdens een zachte periode in de winter. De winterakoniet behoort tot de ranonkelfamilie, dezelfde familie als waar de boterbloemen en pioenen toe behoren, die later in het jaar bloeien. Uit de ondergrondse knolletjes groeien stengels met enkel een blad of een bloem. Het blad aan de gladde stengel is handvormig en diep ingesneden of gedeeld. Direct onder de gele bloem zit een krans van drie eveneens diep ingesneden bladeren. De bloemen blijven gesloten bij donker of regenachtig weer, maar openen zich als de zon gaat schijnen. Een bloem waar je blij van wordt!

4. Bosanemoon

Bosanemonen

Bosanemonen © Gerard de Hoog

Nog een lid van de ranonkelfamilie, de bosanemoon. Deze soort komt vooral voor in bossen, landgoederen en tussen hakhoutstoven. De plant bloeit voordat de bomen en struiken uitlopen, en er dus nog voldoende licht is. Vanuit de ondergrondse wortelstokken verschijnen handvormig gedeelde bladeren met een lange steel die bovenaan een beetje behaard kan zijn. Ook de bloemstelen komen rechtstreeks te voorschijn uit de wortelstokken. De paarsige bloemsteel heeft drie bladeren en draagt een witte bloem. De bloemen kunnen aan de buitenkant ook wat paars-rood aangelopen zijn. Op een goede groeiplaats kunnen de planten zo'n dicht tapijt vormen dat het lijkt of er nog plakken sneeuw liggen. De zaden worden net als die van sneeuwklokjes, door mieren verspreid.

5. Daslook

Daslook

Daslook © Gerard de Hoog

Wat later in het voorjaar komen de bloemen van de daslook tevoorschijn. Eerst komen de brede lancetvormige bladeren naar boven, waartussen de losse bolvormige schermen naar boven steken. De bloemen zitten eerst nog in een bloeischede. Daslook kun je tegenkomen in rijkere loofbossen en op landgoederen. Het is een vrij zeldzame plant in Nederland en België, maar als de soort voorkomt kunnen grote oppervlakten ermee worden bedekt en de bosbodem wit kleuren. Als stinzenplant is ze vrij veel aangeplant. Opvallend is de sterke uiengeur die de plant verspreidt. Soms ruik je deze geur nog eerder dan dat je de plant ontdekt.

Kom je tijdens je wandeling andere planten tegen en herken je ze niet meteen? Gebruik de app Obsidentify en je weet welke plant het is!

Zoek wandelroute

Lees meer over