Fietsers en wandelaars

Fietsers en wandelaars maken regelmatig van dezelfde infrastructuur gebruik. Wie heeft nou welke rechten en moet een wandelaar in de berm springen als er een fietser aan komt?

Vooropgesteld, de meeste wandelaars wandelen het liefst apart en onverhard. Maar om te kunnen wandelen is nu eenmaal een groot samenhangend wegen- en padennet nodig. Op veel plekken is daarin echter geen apart voetpad aanwezig. Integendeel, de tendens lijkt zelfs dat steeds meer onverharde wandelpaden verdwijnen om ruimte te maken voor verbrede en verharde paden voor de (elektrische) fiets. Fietsers en wandelaars komen elkaar daardoor in toenemende mate tegen, vooral aan de randen van de bebouwde kom, in bos en natuur en in het landelijk gebied. Gelukkig gaat het meestal goed en geven ze elkaar de ruimte.

Wat zijn de regels?

In het reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV, 1990) is in artikel 4 de plaats van de voetganger en de fietser geregeld. Voetgangers moeten het trottoir of voetpad gebruiken, het fietspad of het fiets/bromfietspad als een voetpad of trottoir ontbreekt en de berm of de uiterste zijde van de rijbaan als ook een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt.
Concreet betekent dit dat:
  • Bij afwezigheid van een specifiek wandelpad ieder fietspad tevens wandelpad is;
  • Iedere weg, tenzij er een uitdrukkelijk verbod geldt voor voetgangers (bord  C16 gesloten voor voetgangers), toegankelijk is voor voetgangers;
  • Voetgangers, bij afwezigheid van een beloopbare berm, gebruik moeten maken van de aanwezige fietspaden of aan de uiterste zijde van de verharding moeten lopen.

Links of rechts?

Vóór invoering van het huidige RVV stond tevens in de wet dat voetgangers buiten de bebouwde kom aan de linkerkant van de weg moesten lopen als een voetpad of fietspad ontbrak. Op die manier konden voetgangers het autoverkeer zien naderen, en dat werd veiliger geacht voor voetgangers. Met ingang van 1990 is deze verplichting geschrapt. Voetgangers mogen zelf kiezen aan welke kant van de weg ze lopen. De plaatselijke omstandigheden kunnen namelijk zodanig zijn dat rechts lopen veiliger is dan links lopen. Bijvoorbeeld bij een onoverzichtelijke bocht of afwezigheid van uitwijkmogelijkheden aan één zijde van de weg door hek, sloot of bebouwing. Het is daarom niet mogelijk om via een algemeen geldende regel aan te geven dat links, dan wel rechts lopen altijd veiliger is. De praktijk leert dat de meeste wandelaars het prettiger vinden om het 'gevaar' te zien aankomen. Logisch, want wandelaars zijn onbeschermd en lopen bij aanrijdingen vrijwel altijd het grootste risico op (zwaar) letsel. Wie dat risico voor zichzelf kleiner wil maken wil het verkeer zien aankomen en daarom links willen lopen. Als je rechts loopt komt het verkeer altijd van achteren en dat is, in ieder geval gevoelsmatig, aanzienlijk minder prettig. Je bent voor je veiligheid afhankelijk van de andere weggebruiker.

Houd rekening met elkaar en de veiligheid

Laten we in deze discussie vooral ook artikel 5 van de Wegenverkeerswet niet vergeten: ‘het is voor een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd’. Dit geldt voor ALLE verkeersdeelnemers. Een wandelaar hoeft niet perse bij elke fietser in de berm te springen en te wachten tot die voorbij is. Als je aan de zijde van de weg rustig doorloopt hinder je niet met opzet bewust het verkeer. Fietsers kunnen even achter elkaar gaan rijden, inhouden door tijdig te remmen of uitwijken als een wandelaar aan de rand van de weg loopt. Ook gebruik maken van de bel kan bijdragen aan een goed samenspel. Voor wandelaars geldt dat bewust midden op het pad blijven lopen onnodig gevaar oplevert en ronduit asociaal is. En ja, natuurlijk is het netjes om even achter elkaar te gaan lopen en even inhouden of uitwijken voor fietsers als de situatie daarom vraagt.